Alles over zonnebrand, deel 3: Smeren smeren smeren!

In dit derde en laatste deel over zonnebrand en insmeren: wanneer en hoe vaak moet je smeren?

Wanneer (opnieuw) insmeren?

De beschermende werking van zonnebrandcrèmes is in de afgelopen steeds verder verbeterd. Toch is het van belang om meerdere keren op een dag een royale laag aan te brengen. Zuinig smeren beschermt minder dan de factor die op de verpakking staat! Lees op de verpakking hoe vaak opnieuw smeren minimaal wordt aanbevolen en houd je eraan. Smeer ook opnieuw als je in het water of veel in het zand bent geweest. En vergeet niet dat zonnebrandcrème pas na 30 minuten optimaal gaat werken. Smeer je dus ruim voordat je de deur uitgaat voor de eerste keer in met je zonnecrème. Bijvoorbeeld ‘s ochtends, na het douchen. Je weet dan zeker dat je goed beschermd de zon in gaat.

“Maar ik wil wél bruin worden!”

Een reden waarom veel mensen niet smeren, is omdat je niet bruin zou worden met zonnebrandcrème. Wat je goed in de gaten moet hebben is dat je tijdens het zonnen nog niet kleurt. Je huid wordt warm en roder, maar het bruin komt pas later, als het licht heeft kunnen doorwerken in je cellen en er pigment is aangemaakt. Veelal zie je dus pas uren later dat je inderdaad bruin bent geworden. Óf verbrand! Wie wacht tot de huid kleurt tijdens het zonnen, zal bijna zeker verbranden. Zonnebrandcrème houdt een deel van de UV-straling tegen, waardoor je huid inderdaad minder snel bruin wordt, maar dat betekent niet dat je helemaal niet kleurt. Geef je huid de tijd om zich aan te passen aan de zon, dan word je egaler bruin en bovendien blijft je kleurtje langer!

Alles over zonnebrand, deel 2: Factor en huidtype

Harry Hilders | HuidtypenOm je te beschermen tegen de slechte gevolgen van UV-straling heb je extra bescherming nodig in de vorm van zonnebrandcrème. Helemaal op vakantie is het belangrijk om de juiste zonnebrandcrème bij je te hebben; je bent dan veel meer buiten. Maar welke factor zonnebrandcrème moet je nou hebben? Dat grotendeels afhankelijk van je huidtype.

Kiezen van jouw minimale factor

De factoren zonnebrand zijn zo afgestemd dat ze verschillende huidtypen optimaal beschermen. Die huidtypen lopen van 1 tot en met 6:
  • Huidtype 1: Heb je rood of lichtblond haar en een lichte huid? Verbrand je snel, maar word je niet bruin? Dan heb je huidtype 1 en minstens factor 30 nodig.
  • Huidtype 2: Heb je blond haar en grijsgroene of lichtbruine ogen, een blanke huid? Verbrand je snel, maar word je wel langzaam bruiner? Dan heb je huidtype 2. Kies voor minimaal factor 20.
  • Huidtype 3: Heb je een lichtgetinte huid, verbrand je niet snel en word je snel bruin? Heb je donkerblond tot bruin haar en bruine ogen? Dan heb je huidtype 3. Je kunt factor 15 en hoger gebruiken.
  • Huidtype 4: Heb je een getinte huid, donker haar en donkere ogen? Verbrand je bijna nooit en word je snel en gemakkelijk bruin? Dan heb je huidtype 4. Hoewel je niet snel verbrand heb je nog steeds bescherming tegen de andere schadelijke gevolgen van UV-straling nodig. Gebruik minimaal factor 10.
  • Huidtype 5: Heb je Aziatische roots – een getinte tot donkere huid, donkere ogen en donker tot zwart haar? Dan heb je huidtype 5. Je verbrandt bijna nooit, maar ook jij hebt een crème nodig om je te beschermen tegen de andere schadelijke gevolgen van zonnestraling. Gebruik minimaal factor 5.
  • Huidtype 6: Heb je een zeer donkere huid, zwart haar en donkere ogen? Dan heb je huidtype 6. Je verbrandt vrijwel nooit, maar toch heb je een crème nodig met minimaal factor 5, om je te beschermen tegen andere schadelijke gevolgen van zonnestraling.

Kinderen altijd factor 30 of hoger

Ongeacht het huidtype van je kind is een factor 30 of hoger nodig om de huid te beschermen. Maar bescherm kinderen sowieso zo veel mogelijk tegen directe zon. Hou je kind op de heetste uren van de dag daarom zoveel mogelijk uit de zon door bijvoorbeeld een parasol op te zetten. Zorg er verder voor dat je kindje op een zonnepet draagt, een zonnebrilletje, en gebruik kinderwagens met een klein parasolletje.

Alles over zonnebrand, deel 1: UV-straling

Het is het vakantieseizoen en net als veel mensen vraag ik me elk jaar weer af: welke factor zonnebrand moet ik nou gebruiken? Daarom de feiten over zonnebrand en smeren in deze en volgende posts op een rij.

Drie soorten straling

Zonnestraling is te verdelen in drie soorten:

  • Onzichtbare infraroodstraling
  • Onzichtbare ultraviolette straling (UV)
  • Het zichtbare licht in de kleuren van de regenboog

UV-straling en schade aan de huid

UV-straling hebben we nodig om vitamine D aan te maken. Het is daarmee belangrijk voor sterke botten en tanden, voor onze weerstand en onze spieren. Het is dus belangrijk om genoeg zonlicht te krijgen! Tegelijk kan een teveel aan UV-straling schadelijk zijn. Dat is ook weer afhankelijk van de soort UV-straling. De UV-straling van de zon is er in drie vormen, onderscheiden met de letters A, B en C.

UV-A dringt vrij gemakkelijk door tot de aarde en kan wanneer teveel opgenomen vervroegde veroudering van de huid veroorzaken. Bij een erg hoge dosis kan UV-A ook verbranding en huidkanker veroorzaken.  UV-A zorgt echter ook voor het mooie bruine kleurtje. UV-C wordt vrijwel geheel opgenomen door de dampkring van de aarde en dat is maar goed ook; deze vorm van ultraviolette straling kan de huid ernstig beschadigen. Het is de reden waarom wetenschappers zich zo’n zorgen maken over gaten in de ozonlaag.

Met UV-B hebben we het meest te maken op dagen met een hoge zonnesterkte. UV-B is potentieel schadelijk. Het is statistisch gezien de grootste veroorzaker van zonnebrand en huidkanker.

Tegenhouden van UV-straling

UV-B wordt voor een groot deel tegengehouden door de dampkring, maar op zonnige dagen bereikt een groot deel ook de aarde. Het is daarom van belang om deze vorm van UV-straling te blokkeren. Dat doe je eenvoudig door je niet te bloot te kleden, niet op het heetst van de dag de zon in te gaan en door je tegen een teveel aan UV-straling te beschermen met behulp van zonnebrandcrème. Overigens dringt UV-straling óók door tot plekken in de schaduw. Ga je dus veel naar buiten op zonnige dagen, zorg dan dat je altijd bent ingesmeerd.

Waarom pi fout is. (En Tau goed!)

Wiskunde is één grote conventie die op de basisschool begint met dat 1 plus 1 twee is. Alle andere regels komen er in de jaren bij en het wordt er met elk jaar steeds maar minder duidelijk op. Dat wiskundigen – zij studeren er toch maar het langst voor – zich soms tegen de conventies keren is daarom niet vreemd te noemen. Zo geeft deze wiskundige een prachtig alternatief voor pi: Tau. En na het zien van het filmpje ben je absoluut verkocht! Dan hou je ook van Tau.

Kijk het filmpje ook:

(geef de blijde boodschap door aan al je kinderen!)