Winterdiptip 1/5: Maak de winter lichter!

De herfst is begonnen en de dagen worden korter. Nog even en we gaan allemaal in het donker naar ons werk en komen ook weer in het donker terug. Veel mensen hebben daar last van. Ze worden nukkig, hebben minder energie, en zijn minder productief. Kom je erg moeilijk uit je bed, heb je het idee dat er heel weinig uit je vingers komt en voelt de winter nu al eindeloos? Wil je eigenlijk alleen nog maar op de bank zitten met een kop thee en bezorgt het idee om naar buiten te gaan je al rillingen? Misschien heb je dan last van een winterdip.

Gelukkig is er een boel aan je winterdip te doen, als je het van jezelf weet en een aantal tips ter harte neemt. Tips die in deze en volgende posts voorbij gaan komen! In deze post tip nummer 1 van 5: maak de winter lichter!

Breng licht in je dip!
Harry-Hilders-WinterlichtVan weinig licht raakt je biologische klok in de war. Een mens heeft voldoende licht nodig om zich lekker te voelen. Zorg dus voor voldoende daglicht! Ga in je middagpauze lekker wandelen met een collega. Niet alleen doet de lichaamsbeweging je goed; de buitenlucht en het winterzonnetje geven je ook extra energie. Zorg daarnaast dat je op je werkplek ook voldoende licht hebt: verhuis als het kan naar een plek aan het raam en haal zoveel mogelijk zonwering omhoog.

En ook thuis kun je het ook met licht gezellig maken. Met lampjes en kaarsjes maak je het knus en hoewel je biologische klok er niet van onder de indruk zal zijn, voel je je dan in ieder geval minder ongelukkig in het donker! Heb je aan het winterdaglicht niet genoeg, neem dan af en toe een zonnebank. Eens in de twee, drie weken helpt al heel veel voor je lichtvoorraad. Voel je je na het nemen van deze lichtmaatregelen nog steeds ellendig, dan kun je overwegen een daglichtlamp aan te schaffen. Die zijn tegenwoordig niet meer onoverkomelijk duur en in sommige gevallen worden die zelfs vergoed door je zorgverzekeraar!

Avondmens & werk

Avondmensen komen later op gang. Ben jij een avondmens, maar ook een freelancer? Wanneer je vrij bent om jeeigen tijd in te delen, doe daar dan vooral je voordeel mee. Je verspilt tijd en energie door je voortdurend aan te passen aan het ritme van de ochtendmens: de gangbare kantooruren. Veel productiever ben je wanneer je je eigen ritme volgt. Plan daarom zakelijke gesprekken tegen het eind van de middag. Werk ‘s avonds en ‘s nachts als je dat het prettigst vindt.

Je eigen ritme in het weekend
Heb je de hele week noodgedwongen in het keurslijf van de ochtendmens gezeten? Volg dan in het weekend je eigen ritme. Dat staat dan wel haaks op wat algemeen wordt aangenomen: dat je in het weekend beter ook op tijd kunt opstaan. Maar inmiddels is bewezen dat je wanneer je je normale ritme volgt, je batterij veel beter en sneller oplaadt, dan wanneer je dat niet doet. Lekker laat naar bed dus. En goed uitslapen!

Uitstelgedrag te lijf, deel 3: Luister naar je bioritme!

Het meeste uitstelgedrag valt met wat hulpmidelen en zelfdiscipline aan te pakken. Dat is niet per se makkelijk, maar te doen als je jezelf ervoor weet te motiveren. Maar hou je daarnaast geen rekening met je bioritme, dan maak je het jezelf onnodig moeilijk. Maak gebruik van deze simpele tips:

  • Geen moeilijk werk vlak na de lunch: Na je lunch heb je een after-dinner-dip. Ga op dat moment dus geen saaie stukken lezen! Plan na je lunch kleine, afwisselende klussen waarvoor je niet al je concentratie nodig hebt.
  • Maak een afwisselende planning: Je kunt niet een hele dag met dezelfde klus bezig zijn. Drie uur is de maximale tijd dat mensen zich op één enkele taak kunnen concentreren. Hou daar rekening mee voor jezelf, wanneer je een planning maakt!
  • Freelancers: freelance! Als freelancer verkeer je (vaak) in de luxe positie dat je je eigen werktijden kunt bepalen. Maak daar gebruik van! Doe tijdens je lunchdip je boodschappen en werk ‘s middags iets langer door, als je energieniveau weer stijgt.

Online kun je tests doen om je bioritme te bepalen. Dat kun je ook zelf nog iets nauwkeuriger doen: Hou een week of twee je energiepeil en concentratieniveau gedurende de dag bij. Maak daarna een planning voor minstens twee weken die aansluit bij jouw bioritme. Neem in daarbij werk-, maar ook privétaken op. Voer je bezigheden uit volgens deze planning en wees je daarbij bewust van je bioritme. Noteer wat je opvalt.

Evalueer na deze drie, vier weken de afgelopen periode. Merk je verschil? Kon je jezelf beter aan het werk zetten, heb je prettiger gewerkt en was je productiever?

Uitstelgedrag te lijf, deel 2: Motivatiegebrek

uitstelgedrag wordt vaak veroorzaakt door een gebrek aan motivatie. Je hebt geen zin in vervelend werk, en uitstellen geeft op korte termijn een goed gevoel. Je kunt immers wat leukers doen! Maar op de langere termijn wordt de druk steeds hoger en het werk daardoor steeds vervelender. En voor je het weet zit je in een vicieuze cirkel.

In “Tijdig van kantoor” schrijft Denise Hulst hierover: “Het is menselijk om onzekerheid en ongemak te willen vermijden. Dus stel je die vervelende, moeilijke of grote zaken uit waarvan je weet dat ze gedaan moeten worden en ben je je daardoor dagen, weken, zo niet maanden achter elkaar bewust van wat je zou moeten doen en niet doet. Dat vreet energie. (…) Uiteindelijk zijn de kosten van uitstellen veel hoger dan de baten. Uitstelgedrag heeft ook als nadeel dat de minder leuke dingen op onderbewust niveau steeds ingewikkelder worden naarmate ze langer uitgesteld worden.”

De remedie voor motivationele uitstellers
Maak voor jezelf een goede planning van de werkzaamheden. Maar timmer die niet helemaal dicht! Je bent geen machine. En je moet af en toe tijd hebben die je op het moment zelf kunt inrichten. Geef jezelf op die momenten de vrijheid lekker de kleine dingetjes te doen waar je dan het meeste zin in hebt.

Heb je een planning met vriendelijke gaatjes? Dan gewoon aan de slag. Het enige dat helpt bij uitstelgedrag door motivatiegebrek is meteen te doen en daarna jezelf belonen.

De motiverende todo-lists
Maak een lijstje van de dingen die je de komende week moet doen. Waar zie je het meest tegenop? Plan voor elke dag als eerste taak zo’n rotding in. Zet je vervelende privéklussen ook op de planning, maar dan voor het weekend.
Bedenk nu voor elke vervelende klus een bijpassende beloning: een lekkere wandeling, een stukje taart, koffie drinken op het balkon, een bos bloemen voor jezelf, lunch op een terrasje, een uurtje in een nieuw boek lezen. Plan voor elke dag een beloning in.
Plan nu de rest van je werk in.
En doe het!

Structurele motivatieproblemen
Blijf je ondanks maatregelen last houden van motivatieproblemen? Dan is het misschien tijd om je werkzaamheden onder de loep te nemen? Is dit nog wel wat je wil? Is het misschien tijd voor een volgende stap? Misschien houdt iets anders dan je werk te tegen. Kun je daar zelf de vinger niet opleggen, overweeg dan eens met een coach te praten. Samen kom je al heel snel tot een praktische oplossing.

Twee oefeningen voor perfectionisten

Perfectionisme kan je in de weg zitten, maar een slechte eigenschap is het niet. Hoe hou je je perfectionisme in toom en zet je het tegelijkertijd ten positieve in? Twee oefeningen!

De lat lager met een balanced score card
Schrijf eens op waaruit jouw perfectionisme vooral blijkt.Schrijf ook op wat de voordelen zijn van dat perfectionisme en wat de nadelen. Geef die voor- en nadelen een cijfer. Hoe goed of vervelend zijn ze voor je? Bedenk vervolgens hoe je in de vervelende gevallen de lat wat lager kunt leggen, zodat je jezelf een 7 of een 8 zou geven voor het eindresultaat, in plaats van een 9 of een 10.

Gedoseerd perfectionisme
Maak voor je eerstvolgende nieuwe opdracht een strakke planning. Dat is uitdrukkelijk geen full color uitgeprinte uur-tot-uurplanning ;)
Inventariseer vervolgens wat je echt moet hebben of weten om aan de slag te kunnen. Zorg dat je die spullen en informatie krijgt.
Zorg dat je in de tijd die je voor jezelf hebt gesteld een 7 scoort op de uitvoering. Blijf niet schaven aan een deeltaak totdat die een 10 krijgt van jezelf. Ben je met alle deeltaken klaar en heb je nog tijd over? Dan mag je er een 8, 9 of 10 van maken!

Uitstelgedrag te lijf, deel 1: perfectionisme

Heb je last van uitstelgedrag? Veel freelancers hebben last van het fenomeen waarbij ze pas aan het einde van de dag in een productieve modus terechtkomen. Drie redenen staan voorop als het gaat om uitstelgedrag: perfectionisme, een gebrek aan motivatie of te weinig rekening houden met je bioritme. In deze en volgende posts tips om jouw uitstelgedrag te lijf te gaan!

Uitstelgedrag door perfectionisme
Perfectionisme is helemaal geen verkeerde eigenschap, zolang het maar met mate is. We genieten bijvoorbeeld nog het meest vaneen diner dat met veel zorg in elkaar is gestoken. Een snel in elkaar is geflanst pastaatje, dat brengt je toch wat minder snel in vervoering. Maar daar zit hem ook meteen de kneep! Want moet jij met alles wat je aflevert mensen in vervoering brengen? Vaak is goed gewoon goed genoeg.

Je werk doe je goed wanneer je aan de verwachtingen van de opdrachtgever voldoet, of deze een beetje overtreft. Ben jij een perfectionist, dan overtref je andermans verwachtingen al op het moment dat jijzelf redelijk tevreden bent over je werk. Dat is niet omdat je werk veel beter is dan dat van anderen, maar omdat je er normaalgesproken veel te veel energie in steekt. Neem dus genoegen met genoeg!

Laat je niet kisten door je eigen maatstaven. Begin. Ga aan het werk, al heb je geen originele invalshoek of heb je over het onderwerp niet alles gelezen wat los of vast zit. Als je eenmaal aan het werk bent, komen de ideeën meestal vanzelf. Vertrouw op je capaciteiten. En moet je iets doen dat je nog niet eerder hebt gedaan, dan heb je altijd mensen om je heen die dat specifieke varkentje al eens eerder hebben gewassen. Ga bij hen te raad, verzamel wat informatie en ga van start! Je merkt vanzelf waar je tegenaanloopt of welke informatie je verder nog nodig hebt.

Zomerregen

Wat doe je nou als tijdens je vakantie het water met bakken uit de hemel komt? Bijna niets vermakelijks op televisie en aaneengeregen regenachtige dagen zorgen voor een run op dvd’s van tv-series. Vanaf dat de tv-zenders in juni overgingen op de zomer-programmering, ging bij BOL.com de verkoop van series op dvd met meer dan 50% omhoog. Door het slechte weer van de afgelopen dagen stijgt de vraag naar tv-series alleen nog maar verder. Dat liet de online-boekengigant weten in een persbericht.

Maar je bent op een regenachtige dag niet afhankelijk van de televisie. En ook niet van internet. Genoeg leuks te doen. Binnen. Met alle stekkers uit het stopcontact. Zo kun je een brief of ansichtkaart schrijven aan een goede vriend, een tante die je al lang niet gezien hebt, of je ouders. Je kunt een spelletje spelen met een huisgenoot. Of een boek lezen, een recept maken uit een kookboek, je eigen brood bakken. Natuurlijk kun je ook de was doen en de vloer van de keuken schrobben. Maar tekenen, een muur schilderen, of roeien op je roeimachine kan ook.

Het lijkt tegenwoordig wel alsof buiten het internet, de televisie, en ‘t dagelijkse huishouden, we niets meer kunnen verzinnen om te doen. En dan zitten we de hele zomer series te kijken. Zonde van onze hersenen, onze achteruithollende spieren en bovendien slecht voor je humeur.

Probeer het eens. Eén keer per week een dag geen televisie en internet. Probeer het vanavond. Stekkers uit het stopcontact, en zelf je avond vullen. Ervaar hoe moeilijk én hoe lekker het is. En hoe langzaam de klok dan tikt!

Intensief sporten is goed voor je hersenen

Sporten houdt je lichaam gezond en fit, maar intensief sporten laat je hersenen ook sneller werken. Dat blijkt uit het onderzoek van Maaike Angevaren voor haar proefschrift aan de Katholieke Universiteit in Leuven.

Je hersenen gaan sneller schakelen, wanneer de hartslag stijgt en de ademhaling omhoog gaat. Voor dat positieve effect hoef je niet vaak of lang te sporten, maar de intensiteit is wel belangrijk.
Het is logisch dat sport en andere fysieke activiteit belangrijk is voor een gezonde oude dag. Maar hieruit blijkt dat intensief bewegen dus ook effect heeft op je cognitieve vermogens.

Trainingen

Angevaren liet proefpersonen verschillende trainingen volgen. Sommigen gingen hardlopen, anderen bijvoorbeeld aan de yoga, krachttraining of training om het prestatievermogen te verbeteren. Een andere groep beoefende geen sport. De positieve herseneffecten waren meetbaar bij gezonde ouderen.

Welke trainingen het effectiefst waren, werd in het persberichtje niet vermeld. Daarvoor moeten we waarschijnlijk het proefschrift van Angevaren lezen…

Alles over zonnebrand, deel 3: Smeren smeren smeren!

In dit derde en laatste deel over zonnebrand en insmeren: wanneer en hoe vaak moet je smeren?

Wanneer (opnieuw) insmeren?

De beschermende werking van zonnebrandcrèmes is in de afgelopen steeds verder verbeterd. Toch is het van belang om meerdere keren op een dag een royale laag aan te brengen. Zuinig smeren beschermt minder dan de factor die op de verpakking staat! Lees op de verpakking hoe vaak opnieuw smeren minimaal wordt aanbevolen en houd je eraan. Smeer ook opnieuw als je in het water of veel in het zand bent geweest. En vergeet niet dat zonnebrandcrème pas na 30 minuten optimaal gaat werken. Smeer je dus ruim voordat je de deur uitgaat voor de eerste keer in met je zonnecrème. Bijvoorbeeld ‘s ochtends, na het douchen. Je weet dan zeker dat je goed beschermd de zon in gaat.

“Maar ik wil wél bruin worden!”

Een reden waarom veel mensen niet smeren, is omdat je niet bruin zou worden met zonnebrandcrème. Wat je goed in de gaten moet hebben is dat je tijdens het zonnen nog niet kleurt. Je huid wordt warm en roder, maar het bruin komt pas later, als het licht heeft kunnen doorwerken in je cellen en er pigment is aangemaakt. Veelal zie je dus pas uren later dat je inderdaad bruin bent geworden. Óf verbrand! Wie wacht tot de huid kleurt tijdens het zonnen, zal bijna zeker verbranden. Zonnebrandcrème houdt een deel van de UV-straling tegen, waardoor je huid inderdaad minder snel bruin wordt, maar dat betekent niet dat je helemaal niet kleurt. Geef je huid de tijd om zich aan te passen aan de zon, dan word je egaler bruin en bovendien blijft je kleurtje langer!

Alles over zonnebrand, deel 2: Factor en huidtype

Harry Hilders | HuidtypenOm je te beschermen tegen de slechte gevolgen van UV-straling heb je extra bescherming nodig in de vorm van zonnebrandcrème. Helemaal op vakantie is het belangrijk om de juiste zonnebrandcrème bij je te hebben; je bent dan veel meer buiten. Maar welke factor zonnebrandcrème moet je nou hebben? Dat grotendeels afhankelijk van je huidtype.

Kiezen van jouw minimale factor

De factoren zonnebrand zijn zo afgestemd dat ze verschillende huidtypen optimaal beschermen. Die huidtypen lopen van 1 tot en met 6:
  • Huidtype 1: Heb je rood of lichtblond haar en een lichte huid? Verbrand je snel, maar word je niet bruin? Dan heb je huidtype 1 en minstens factor 30 nodig.
  • Huidtype 2: Heb je blond haar en grijsgroene of lichtbruine ogen, een blanke huid? Verbrand je snel, maar word je wel langzaam bruiner? Dan heb je huidtype 2. Kies voor minimaal factor 20.
  • Huidtype 3: Heb je een lichtgetinte huid, verbrand je niet snel en word je snel bruin? Heb je donkerblond tot bruin haar en bruine ogen? Dan heb je huidtype 3. Je kunt factor 15 en hoger gebruiken.
  • Huidtype 4: Heb je een getinte huid, donker haar en donkere ogen? Verbrand je bijna nooit en word je snel en gemakkelijk bruin? Dan heb je huidtype 4. Hoewel je niet snel verbrand heb je nog steeds bescherming tegen de andere schadelijke gevolgen van UV-straling nodig. Gebruik minimaal factor 10.
  • Huidtype 5: Heb je Aziatische roots – een getinte tot donkere huid, donkere ogen en donker tot zwart haar? Dan heb je huidtype 5. Je verbrandt bijna nooit, maar ook jij hebt een crème nodig om je te beschermen tegen de andere schadelijke gevolgen van zonnestraling. Gebruik minimaal factor 5.
  • Huidtype 6: Heb je een zeer donkere huid, zwart haar en donkere ogen? Dan heb je huidtype 6. Je verbrandt vrijwel nooit, maar toch heb je een crème nodig met minimaal factor 5, om je te beschermen tegen andere schadelijke gevolgen van zonnestraling.

Kinderen altijd factor 30 of hoger

Ongeacht het huidtype van je kind is een factor 30 of hoger nodig om de huid te beschermen. Maar bescherm kinderen sowieso zo veel mogelijk tegen directe zon. Hou je kind op de heetste uren van de dag daarom zoveel mogelijk uit de zon door bijvoorbeeld een parasol op te zetten. Zorg er verder voor dat je kindje op een zonnepet draagt, een zonnebrilletje, en gebruik kinderwagens met een klein parasolletje.